terug aar de startpagina

Vliegerwereld-kids-sleevlieger

Zelf je eerste vlieger maken:

Hieronder zie je een afbeelding die je nodig hebt om de vlieger te bouwen.
Je kunt op het plaatje klikken voor een grotere afbeelding. We maken eerst maar eens een boodschappenlijstje, dan kun je alles alvast bij elkaar zoeken. Zoek meteen je moeder of je vader op, want die kan dan de tekening hiernaast voor je op een mal zetten, en je helpen met de spulletjes zoeken



Dit lijstje is van spulletjes die je thuis kan vinden.

Wat heb je nodig?
  1. De stof voor het dekje: plastic (min. 70 x 60 cm).

  2. De stokjes: rondhout 4 mm ( dun (gespleten) bamboe of pitriet).

  3. De toom en vliegerlijn: touw, het liefst zo dun mogelijk, maar nog wel 'knoopbaar'.

  4. kartonnen rol van toiletpapier.
  5. om je lijntje mee op te winden
  6. Twee luciferhoutjes, een stift of pen, een schaar en plakband.

Als je alles hierboven hebt ben je klaar om de vlieger te gaan maken.
Mis je nog wat dan kun je in het lijstje hieronder zien wat je nog kan halen in de vliegerwinkel.
Je kunt natuurlijk ook alles in de vliegerwinkel halen


Dit lijstje is voor in de vliegerwinkel bij jou in de buurt.

Wat heb je nodig?
  1. De stof voor het dekje: tyvek (min. 70 x 60 cm).

  2. De stokjes: rondhout 4 mm (Raminhout, dun (gespleten) bamboe of pitriet).

  3. De toom en vliegerlijn: touw, het liefst zo dun mogelijk, maar nog wel 'knoopbaar'.

  4. Een haspel: om je lijntje mee op te winden.

  5. Twee luciferhoutjes, een stift of pen, een schaar en plakband.

Als je het goedkoop probeert met een vuilniszak (of zoiets.) pitriet of bamboe uit een
oud rolgordijn, touw uit de schuur en een rol toiletpapier. kost de vlieger niks.
Als je de 'luxe' materialen bij een vliegerwinkel koopt, kost deze vlieger
maximaal circa 5 gulden (2,25 Euro).


Stap 1.
De mal. Maak aan de hand van de bouwtekening een
mal van dik papier of karton, ik denk dat je vader
of moeder dit maar moeten doen?
Neem de plastic zak of wat je hebt gekocht voor de
vlieger en teken met de mal en met de pen/stift de
omtrek van de vlieger. Als je in de winkel Tyvek hebt
gekocht kun je die zelf kleuren met stift, wasco of verf
acryl. Knip de vlieger uit,ook de twee gaten.


Stap 2.
Pak de stokken en zorg dat ze 60 cm lang zijn. Ramin
zaag je af met een ijzerzaagje. Pas op je vingers of
laat je moeder of vader het doen. Plak de stokken met
plakband op de afgebeelde plek hiernaast. Drie/vier
plakbandjes per stok is voldoende.


Stap 3.
Op de hoeken/zijkanten waar de toomlijn wordt
vastgemaakt moet je voor de stevigheid een lucifers
doen. Vouw de stof om en de lucifer mee. Plak of lijm
het geheel vast (ook de lucifer!). Prik vervolgens achter
de lucifer op de dubbelgevouwen stof een gaatje met
iets scherps, zodat je touw er door heen kan.


Stap 3a.
Meet touw uit van 3 maal de lengte van een stok
(3 x 60 = 180 cm) en knoop de uiteinden vast door
de twee gaatjes. Sla nu de hele vlieger dubbel met de
uiteinden waar de gaatjes zitten netjes op elkaar,
(niet vouwen!) Als je het touwtje naar beneden laat
hangen en het strak trekt met de gaatjes nog op elkaar
dan heb je het midden van het touwtje.
In dit midden leg je een knoop, zodat een lusje
ontstaat. Als alles is goed gegaan heb je nu twee
even lange lijntjes vanaf de knoop tot aan de vlieger.
Knoop later aan dit lusje je vliegertouw.


Nu is de vlieger klaar om mee te gaan vliegeren, let alleen op dat de stokjes bij
het vliegeren aan de achterkant zitten! Een staart is niet nodig bij deze vlieger

Je kunt hier klikken om een pakketje met de tekst en de tekeningen naar je computer op
te slaan. dan kun je er nog eens rustig naar kijken. Er zit ook een tekst voor je leraar of
je lerares bij. die kun je met de tekeningen afdrukken en meenemen naar school.
misschien wil je leraar/lerares het wel met handarbeid doen met de klas.


Vliegerwereld-Kids-Kleurplaten

Kleurplaten:

kleurplaten om zelf uit te printen en in te kleuren, klik op de kleurplaat zodat je de kleurplaat op je computer kan zetten en uit kan printen.

Tekeningen met dank aan Jan Bottelier.





Vliegerwereld-Kids-Spreekbeurt

Spreekbeurt

Op deze pagina vind je wat basis gegevens over die vliegers, die je eventueel kan gebruiken bij een spreekbeurt op school.

Geschiedenis:
De eerste officiële vlieger duikt op rond 400 voor Christus in China, maar er zijn aanwijzingen dat daar reeds 600 jaar eerder de vlieger is uitgevonden.
Dit heeft alles te maken met het feit dat in China zijde en bamboe beschikbaar was, de ideale materialen voor een goede vlieger. De eerste vliegers werden onder meer gebruikt om de afstand tot een muur te kunnen meten, zodat militairen in Japan daarmee een oorlog konden winnen. Via Japan, Indo China en het Midden Oosten en met de hulp de oude Romeinen, die gebruik maakten van windzakken in de vorm van draken, belandt de vlieger onder andere dankzij Marco Polo rond de tijd van de middeleeuwen in West Europa.

De eerste afbeelding van de traditionele kruisvlieger dateert van 1618 en is
gemaakt in Middelburg. Sindsdien is de vlieger niet meer weg te denken en is op diverse afbeeldingen uit West Europese landen te zien, met name als
kinderspeelgoed. In 1749 wordt een vlieger voor het eerst door volwassenen
gebruikt voor het doen van meteorologische waarnemingen. Kort daarna toont
Benjamin Franklin met zijn 'elektrische' vlieger aan dat onweer een elektrisch
verschijnsel is. In de 19e eeuw zijn allerlei voorbeelden bekend van vliegers die koetsen of boten moeten voorttrekken en er is zelfs een plan geweest om met vliegers drenkelingen te redden. Rond 1900 komt men er achter dat vliegers krachtig genoeg zijn om mensen in de lucht te kunnen hijsen, waarmee het 'man-lifting' wordt geïntroduceerd. Net als bij de eerste vliegers in China werden vliegers toen voor militaire doeleinden ingezet. Zo maakte de Amerikaanse cowboy en 'Buffalo Bill look-alike' Samuel Cody voor de Engelse Navy grote vliegers, die vanaf boten werden opgelaten. Deze modellen zijn tot in 2e wereldoorlog gebruikt om boven Londen ter afschrikking van de Duitse vliegtuigen te dienen. Dit 'man-lifting' smaakte naar meer en op allerlei plekken op de wereld werd geëxperimenteerd met vliegers die zelfstandig
konden vliegen, waarna in 1903 door de gebroeders Wright het vliegtuig werd
uitgevonden. Andere beroemde namen van vliegeraars uit deze periode zijn Baden Powell en Graham Bell. In de 20e eeuw is er een grote variëteit ontstaan in modellen. Na de 2e wereldoorlog wordt Rogallo geëxperimenteerd met flexibele vliegers en Peter Powell komt in de jaren 60 met een bestuurbare kruisvlieger. Sindsdien zijn talloze bestuurbare vliegers verder ontwikkeld, waarbij de ontwikkeling van lichte en sterke materialen zoals spinnakerdoek, koolstof stokken en supersterke vezels als vliegerlijn een belangrijke rol speelden. Het vliegeren werd mede hierdoor een moderne hobby, met allerlei aspecten zoals trick- en teamvliegers, buggieën met een vlieger en een karretje (of met een slee over het poolijs), en de laatste ontwikkeling is het zogenaamde kite-surfen, een windsurfplank
met een vlieger, in plaats van een zeil.

Voor meer info:
The Penguin Book of Kites: David Pelham : ISBN 0-14-004117-6
Kites - An Historical Survey: Clive Hart : ISBN 0-911858-40-7

Eénlijnsvlieger - vliegeren als hobby:
Hier heb je het over de traditionele vliegers, zoals het bekende kruisvliegertje dat je ongetwijfeld kent. Dit model is een platte vlieger, met een frame van stokken. In vele landen over de wereld zijn varianten op dit model ontwikkeld en zo kent elke regio z'n eigen vorm. De mooiste modellen komen ongetwijfeld uit China, waar ook een beetje diepte aan het model is toegevoegd door dieren na te bootsen met bijvoorbeeld een lijf en met ogen (o.a. vlinders en vogels). Bekend zijn ook de vechtvliegertjes uit het Verre Oosten, een simpel frame van bamboe en rijstpapier, welke je, door op het juiste moment te trekken (als de neus naar boven gericht staat), de lucht in kan sturen. De driedimensionale vliegers maken gebruik van de ruimte en hebben en rechthoekige of sterachtige vorm. De bekende doosvlieger
is hiervan een voorbeeld, maar ook de facetvlieger in al zijn variaties is bekend. De meest polaire vlieger is de wereldberoemde Cody, een dubbele doosvlieger met vleermuisachtige vleugels aan de voor en achterkant. De stokloze vliegers hebben dus geen hard materiaal en bestaan alleen uit stof, zoals de zakvlieger en de parafoil. Een combinatie met een paar stokken levert de eenvoudig te maken sleevlieger op (zie onze kids pagina), een kindermodel van 60 cm, maar ook grote broer de dubbele sleevlieger van 4 bij 5 meter, en niet te vergeten de modellen van Peter Lynn uit Nieuw Zeeland, die onder andere de grootse vlieger van de wereld maakte (de Trilobiet-80 meter lang).

Inmiddels zijn er ook een aantal bijzondere vormen ontwikkeld, zoals een
cirkelvormige vlieger, maar het leuke is dat je eindeloos met de basisvormen kan experimenteren, zowel in vorm en grootte, maar ook met de kleur en het
aanbrengen van tekeningen, waardoor unieke exemplaren zijn ontstaan. Bij het maken en ontwerpen van vliegers zijn de creatieve mogelijkheden oneindig. Veelal zijn deze unieke vormen aan te treffen op vliegerfeesten.

De bestuurbare vliegers - vliegeren als sport:
Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is de bestuurbare vlieger in ontwikkeling
gekomen, waarna in jaren 80 de doorbraak plaatsvond. In eerste instantie ging het om een variant op de kruisvlieger (de Peter Powell, Ace of Acro stuntvlieger), die simpelweg met twee lijnen in plaats van met één lijn werd opgelaten. Je kan de vlieger met twee lijnen alle kanten opsturen en salto's laten maken. Ook de Flexifoil, een soort parafoil met een stok aan de voorkant, behoorde tot de 1e generatie stuntvliegers. Met de ontwikkeling van glasvezel- en koolstofstokken en later de supersterke en dunne lijnen - ging de populariteit van de delta stuntvlieger snel vooruit. Met dit super sterke en lichte materiaal werd het mogelijk geavanceerde modellen, maar ook grote 'powerkites' te maken, waardoor het krachtvliegeren ontstond. Zonder enige moeite sleurt zo'n kracht vlieger een volwassen kerel door het mulle strand, dus al gauw werd het vliegeren populair bij het grote publiek, was het alleen maar omdat het niet geheel zonder gevaar was. In de jaren 90 was de stuntvlieger niet weg te denken aan de skyline op plekken waar mensen recreëren. Een ander tak van de vliegersport met delta modellen is
het ballet- of trickvliegeren. Hierbij tracht de vliegeraar - individueel, pair of in
teamverband met specifieke (technische) bewegingen van de vlieger een show
te geven, al dan niet met muziek, waarmee men beoogt een publiek te vermaken. Vooral bij de teams en met muziek maakt de vooraf ingestudeerde choreografie veel indruk op het publiek, maar ook op individueel niveau is er veel ontwikkeld op het gebied van 'trucs'. Het technisch kunnen is vaak verbluffend. De organisatie STACK en Tricksparty houden zich bezig met deze vorm van vliegeren is over de hele wereld verspreid en organiseeren op lokaal, nationaal en internationaal niveau wedstrijden.

Begin jaren 80 kwam - vaak in combinatie met de stokloze stuntvlieger
het buggieën op, met als geestelijke vader Peter Lynn. Met een karretje op drie
wielen en een vlieger bleek het mogelijk hoge snelheden te halen. Je kon - net als
bij het zeilen - tegen de wind inrijden en weer terugkomen op de plek waar je
begon. En snelheden van 80 km per uur of meer waren niet onmogelijk. Ook dit gaf
een enorme impuls voor de vliegersport, aangezien het veel sportieve mensen
aansprak. En ook hier zijn het risico's die kennelijk het aantrekkelijke element
vormden. Een keerzijde van de medaille was dus ook dat vele gemeentes langs
de kust overgingen tot een verbod van vliegeren, met name in de zomer op bepaalde
(drukke) stukken strand. Een variant op het buggieën is het bodysurfen; laat je lijf
door de vlieger door het water of de golfen sleuren. Helaas moet je hierbij wel
met de vlieger teruglopen naar de plek waar je begon en dat is vaak geen
gemakkelijke opgave. Spierpijn is dan ook een veel voorkomende klacht.
Daarnaast is (in Nederland) het bodysurfen met oostenwind een soort
zelfmoordactie (see you in England!).

Met de nieuwe tak van de vliegersport, het kitesurfen, ligt dat anders. Dit werkt net
als het ouderwetse windsurfen, maar in plaats van een zeil heb je nu een vlieger.
En wat al gauw bleek: als je met windkracht 3 en een zeiltje op je surfplank nog
hopeloos staat te ploeteren, vlieg je met dezelfde windkracht en grote vlieger al
meters door de lucht. Ga maar na wat er gebeurd als er windkracht 8 staat!
Naar verluidt is een kitesurfer in Scheveningen met een goede westenwind over de
boulevard tussen de gebouwen beland. Kortom, ook dit is niet geheel zonder
gevaar, maar verheugd zich wel op zeer snel groeiende populariteit.

De vliegerfestivals - een fenomeen
Dit aspect van de vliegerhobby kan niet onvermeld blijven, omdat er
(inter)nationaal gezien een groot aantal festivals bestaat, waar jaarlijks
honderdduizenden toeschouwers op af komen. Een aantal festivals worden al
zo'n 20 jaar georganiseerd, zoals het festival in Scheveningen, Fanø Denemarken,
Dieppe Frankrijk, en ook in Wei Fang China en Washington USA.

Clubs, winkels en sites
Nederland kent diverse vliegerclubs, waaronder Tako Kichi in Noord Holland, waar
een groot aantal liefhebbers van de Japanse vlieger lid van zijn, en Wynpûst in
Friesland en Groningen, die een functionerend man-lifting systeem hebben
met Cody-vliegers. zoek ze op voor meer informatie voor je werkstuk op de
vlieger.pagina.nl

Sucses met je werkstuk!