donderdag, 20 december 2007 02:00
… Welaan dan, je poreuze rozereuze geschelpte luisterschelpen dicht bij m’n warme lippen. Je schuchtere verspiedende diepgesloten ogen ontwaren een kaalgeschoren speldenpuntje en rondtollend kristalheldere glimp vanuit de verste verten of diepste diepten. Een onaangeroerd hoopbarend signaal in je spiegelbeeld… die ergens en nergens in de oeverloze ruimtes wordt opgeslokt.
Ach ja, de veelkoppige waanzin der lusten en materiële driften zijn nooit lui. Men draagt de luim in z’n kruin. Grrr, creatiefloze schepselen en wezens die je onmerkbaar tot hier en nu lieten insluimeren met hun veelal roekeloze en vage beloftes, via illustere postorderbedrijfjes, mits holistische datingsites. Werelden die je smeken jouw eerstgeboren liefde aan hen te voederen en jou vervolgens in hun ondoorgronde extensies opslokken en gruwelijk diep begraven …
“Heyhoow! Jongeman, jonge rakker, wordt wakker. Het wordt dringend tijd om een eindje te stappen, als jullie verborgen kieuwen bezitten, heb ik ‘r geen bezwaar tegen dat jullie beidjes zich laten overspoelen en opzwelgen door het opkomende getij. Maar jullie zien me d’r uit als vriendelijke mens en lieve reuze kat en niet als twee verdwaalde dolfijnen of geëmigreerde ijsberen. Komaan,opstaan! Wakker worden! ’t Is tijd om OP TE STAAAAAAAN!!”
Als der één woord is dat bij John een innerlijk alarm doet aanslaan, één woord doet alle klokken van immens klein tot ultra groot in z’n turbulente hoofd galmen , dat vervaarlijke woord is ‘Oéaa’. Een oerkreet waarmede John, ooit in een dichtbij verleden, onze diepe roes slapende Utopia uit een uitgehongerde rodemieren kolonie heeft gered. Bondig en kort verteld werden John en Utopia toen dikke maatjes met elkaar, toch niet eerst nadat Utopia vond dat Johns lijfgeur wansmakelijk was en ook reuze benieuwd om te weten wat voor raar driehoekig ding in vurige kleuren die maffe bleekhuidige kwibus bij zich hield.
Tuurlijk was John verdwaald gelopen in een sprookjesbos, niet lang nadat ie van de grote honger en per abuis ‘n cirkeltje wondermooie vliegezwammen had verorberd. Want John had ‘r niet aan gepeinsd voldoende proviand mee te nemen om te gaan vliegeren op het grootste laar te midden van de Roemeense wouden rond Poiana Ciobanului.
John bemerkt dat ie droomt. Iets of iemand bespeelt de klokken achter z’n gesloten oogballen, schudt z’n schouders. “k zal eens zien wat ‘r aan de hand is”, verzint hij en gluurt speels door z’n oogspleetjes. “Verdikke! Vloed! Utopia!!!!” , brult John ongecontroleerd tegen de zeebranding aan z’n voeten.
“Géén paniek m’n jongen”, klinkt rustig en diep boven Johns tureluurse hoofd. “Wie ben jij?”,vraagt John, “waar is Utopia?”. Want Utopia zat niet naast hem. “Géén zorgen, beste vriend. Ik ben de Dalai Lama. Jou gezel de reuze kat zit reeds in m’n reismobiel ‘ATGE’ een kopje warme botermelk te slabberen. Jij zat hier luidop te dromen, je was als het in een droom is en wonderwel de wulpse sprongen van een bezige geest toont.” John verrast:”Waar is je ATGE?” De Dalai Lama wijst aan. John’s beste oog volgt de vingerwijs, ziet en slikt… zéér diep. Bibberende John stottert: “Die kwal?”. “Grensverleggend zuinig in verbruik, absoluut géén geluidsvervuiling, onverwoestbaar stevig en volledig recycleerbaar. Overige détails vertel ik jou onderweg, als je meegaat natuurlijk,” stelt Daila onze John op z’n gemak.
“Allee, ‘k kan Utopia niet in de steek laten hé. En zie dat jij pech hebt onderweg, kan ik nog een handje toesteken”, verzint onze halfdappere sloeber den John. Samen stappen zij binnen in het ruim van de eerbiedwaardige Lama’s wonderbaarlijke vaartuig. En ja hoor, daar lag Utopia heerlijk languit op een Kasjmier tapijt te snorren met een sliertje gestolde botermelk aan z’n kloeke kin voor een klein open haardvuurtje waarin goudkleurige genstertjes een mantrisch melodietje ontpoppen.
“Maak het ons gezellig, doe alsof je thuis bent. Er wacht ons een boeiende en leerrijke reis.” “Oy Câna Chi, ât Akhiok”, debiteerde de vriendelijke man plechtig. Zachtjes wiebelend en bijna onvoelbaar verdwijnt de Noordzeekust zeer snel aan de horizon.
“Zin in ’n spelletje Mikado ondertussen? Leg jij klaar, terwijl haal ik een karaf Lichiwijn uit de vruchtenboom”, tipt de gastheer-kapitein-Lama. “Dat wordt best leuk”, denkt John bij de innemende woorden der Lama en zegt vlug: “Ja, doe ik.”
Vanonder de vruchtenboom knipoogt, ongezien door John, onze Lama naar Utopia en Utopia knipoogt terug. John weet immers niet dat deze twee bijzondere aardbewoners mekaar reeds eeuwen kennen…
| < Vorige | Volgende > |
|---|





